
Ben je opzoek naar een makkelijk, smaakvol én vegetarisch gerecht is dit het ideale recept! Echte keuken skills heb je niet nodig voor dit recept. Het schijnt dat risotto’s onder de categorie moeilijk vallen, daar ben ik het geheel niet mee eens.
Wel is het zo dat risotto makkelijk aanbrandt, blijf daarom tijdens de bereiding in de buurt van de pruttelende pan. Roer meer dan normaal en voilà kookt zo een feestmaal bij elkaar!
Geloof mij, dit gerecht is het proberen meer dan waard!
Voorbereidingstijd: 30 minuten
Ingrediënten voor 4 personen
- 2 aubergines, in plakjes in de lengte
- 1 blokje kippenbouillon
- 1.5 Liter water
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 teen knoflook
- 1 blikje tomaten in blokjes
- Handje verse oregano
- 350 gram risottorijst
- 200 mozzarella, in plakjes
- Zakje Rucola sla, grof gesneden
- Zout en peper

Bereiding
- Doe de plakjes aubergine in een vergiet, bestrooi ze met zout en laat ze in de gootsteen 30 minuten uitlekken.
- Spoel ze goed af, dep ze met keukenpapier droog en snijd ze klein.
- Verhit in een pan met zware bodem de olijfolie, doe er de teen knoflook in, bak hem in een paar minuten bruin, haal hem uit de pan en gooi hem weg.
- Doe de aubergines in de pan, roer er de tomaten en oregano door, zet het vuur hoog en kook het mengsel een paar minuten.
- Roer de rijst erdoor.
- Voeg het blokje bouillon toe en een soeplepel water en roer tot het vocht is opgenomen.
- Ga op die manier soeplepel na soeplepel door en blijf roeren tot de rijst beetgaar is geworden. Dat duurt 18 – 20 minuten.
- Wacht tot 5 minuten voor het einde van de kooktijd, voeg zout en peper naar smaak toe.
- Schep de gare rijst op en verdeel de mozzarella over de borden.
- Garneer af met de rucola.
- Bon!
En terwijl de maaltijd nog warm is…

Dit recept is afkomstig uit de Italiaanse kookbijbel De Zilveren Lepel. In een tijd waarin recepten met één klik wisselen en trends elkaar razendsnel opvolgen, is voor mij De Zilveren Lepel een rotsvaste metgezel.
Het boek geeft me rust, richting en het gevoel van thuis.
Het herinnert me eraan dat de lekkerste gerechten niet ontstaan uit haast, maar uit ritme: snijden, roeren, proeven, aanpassen. Het is een uitnodiging om je keuken te vertragen, je ingrediënten te eren en het eten weer te zien als een vorm van zorg voor jezelf en voor de mensen met wie je het deelt.
