Al vaker had ik het in de wandelgangen opgevangen: ‘Je kan van de zaden van de Oost-Indische kers kappers maken’. Maar nooit eerder had ik de mogelijkheid om zoveel zaden te plukken als dit jaar want bij mijn overbuurman Govert daar groeit in groten getale Oost-Indische kers. Samen plukten we ieder een bakje om ze in te maken.
Oogst tijd: medio juli
Juli is de beste tijd voor het oosten van de zaden. De zaden zijn goed als ze gebundeld in drie uit een vallen. Gebruik alleen de verse zaden, en niet de zaden die al op de grond zijn gevallen.
Wist je dat je naast de zaden, de bloemen en het blad kunt eten. De bloemen kun je gebruiken als decoratie en het blad voor in een salade. De smaak van Oost-Indische kers (de zaden, bloemen en blad) is pittig.


Kappers inmaken van Oost-Indische kers, wat heb je nodig
300 gram zaden
3 DL water
20 gram Zeezout
2 DL appelciderazijn
1 takje verse rozemarijn
10 peperkorrels
1 blaadje laurier
Klein schoon potje (ik gebruikte die van Hak groenten van 370ml)
Zo ga je te werk
Pluk de verse zaden en was ze.
Maak een pekelbadje van het zout en het water en laat de zaden voor tenminste 24 uur in trekken.
Kook het schone potje tenminste 30 seconde in kokend water. Zeef de zaden, doe de verse kruiden, de zaden in het potje en giet de azijn erop. Sluit de potjes en bewaar de zaden op een koele donkere plek. De kappers zijn tenminste een jaar houdbaar.

